Aan het woord...



"Het begon in 2004, met pijnklachten in de lies. In eerste instantie dacht ik aan overbelasting, maar heb toch een afspraak gemaakt met de huisarts. Ik ben een fanatieke marathonloper en ik wilde een chronische blessure uitsluiten. De huisarts onderzocht mij op een eventuele liesbreuk, maar dit bleek het in ieder geval niet te zijn. Ook de fysiotherapeut kon niets vinden. Ik heb toen een afspraak gemaakt bij de Androskliniek. Ik kwam bij Professor Debruyne op spreekuur. Hij liet mij weten dat liesklachten bij mannen boven de 50 jaar altijd kunnen wijzen naar prostaatproblematiek. De flowmetrie (plasonderzoek) bevestigde dit vermoeden.

Ik kreeg medicatie voorgeschreven en de pijnklachten verdwenen als sneeuw voor de zon. Na een jaar ben ik op controle geweest. Ik merkte zelf dat het plassen wat moeilijker op gang kwam en dat de kracht van de urinestraal wat minder werd. Er werd een echografie gemaakt van de prostaat en toen bleek dat deze vergroot was. De Professor stelde 'thermotherapie' van de prostaat voor(TUMT). Dit is een behandeling waarbij door het toedienen van warmte een vernauwing van de prostaat kan worden opgeheven. Binnen een uur stond ik weer buiten.

Het plassen gaat nu heel goed. Maar toch ga ik ieder jaar op controle. Preventief onderzoek vind ik zeer belangrijk, en mannen van mijn leeftijd hebben altijd wel wat. Andros heeft volledig aan mijn verwachtingen voldaan. Ik heb er eerlijke informatie gekregen en dat geeft veel duidelijkheid. Je voelt je meer cliënt als patiënt. Ik kan nu weer zeggen dat ik een gelukkig mens ben!"

Androspost 11 - 22 December 2008

Redactie: Bert Garnier
Eindredactie: Prof.F.Debruyne
22 december 2008

Geslachtshormonen hebben geen invloed op prostaatkanker

Uit een pas verschenen metastudie blijkt dat het gehalte aan geslachtshormonen in het bloed van mannen geen invloed heeft op hun kans om al dan niet prostaatkanker te ontwikkelen. Prostaatkanker is een bijzonder veel voorkomende ziekte, maar de precieze oorzaak is nog altijd niet gevonden.

42% van de mannen boven de 50 krijgt prostaatkanker tussen het 50ste en 75ste levensjaar. Gelukkig heeft de aandoening meestal geen dodelijke afloop, omdat deze kanker heel traag evolueert. In de andere gevallen daarentegen staan de artsen vaak machteloos. Deze relatieve onmacht van de curatieve geneeskunde is des te meer frustrerend omdat er tot op heden geen enkel overtuigend element van preventie is gevonden. En met deze studie moet opnieuw een potentiële oorzaak worden uitgesloten: het gehalte aan geslachtshormonen (mannelijke en vrouwelijke) in het bloed hangt op geen enkele manier samen met het verhoogde risico op prostaatkanker.
Wetenschappers vermoedden dat de geslachtshormonen een rol spelen in de ontwikkeling van prostaatkanker, omdat testosteron (het mannelijke geslachtshormoon) een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van de prostaat. Het onderdrukken van het testosteron bij mannen met prostaatkanker blijkt bovendien een efficiënte behandeling te zijn. Maar volgens een metastudie die de resultaten van 18 eerdere onderzoeken onderzocht, zou er geen verband zijn tussen een hoger gehalte aan geslachtshormonen en het risico op prostaatkanker. De metastudie evalueerde de gegevens van in totaal meer dan 10.000 mannen; sommige ervan waren gezond, andere hadden prostaatkanker. Ter informatie: dit type van studie geldt als betrouwbaarder dan studies die slechts één enkel experiment verslaan. Volgens de onderzoekers van deze studie is de denkpiste van het hormonengehalte in het bloed dus niet langer hoopgevend.

Het was hoe dan ook niet de bedoeling van de onderzoekers om een therapie voor prostaatkanker te vinden. Maar als er een risico gelieerd aan het hormonengehalte gevonden was, had dit wel de weg geëffend naar een eventueel preventiemiddel - meer opsporingsonderzoeken, misschien zelfs speciale behandelingen om het hormonengehalte te doen dalen. Maar de recente bevindingen houden het wetenschappelijke milieu relatief machteloos ten aanzien van de bestrijding van prostaatkanker. Op dit ogenblik is er nog geen enkele relevante en beheersbare risicofactor geïdentificeerd voor dit type kanker en kan het risico dan ook moeilijk worden ingeperkt. Het enige wapen dat overblijft is de raad die werkt bij de bestrijding van andere vormen van kanker: het lichaamsgewicht onder controle houden en veel bewegen.

Bron: E-Gezondheid.be


Wanneer een prostaattest laten doen?

Prostaatkanker is in Vlaanderen en Nederland bij mannen de meest voorkomende kanker en de zevende grootste oorzaak van overlijden. Prostaatkanker kan ontdekt worden alvorens er symptomen optreden. Er bestaan tests voor opsporing, zoals de PSA-test, maar ze werken niet perfect. Tweederde van de mannen die een hoger PSA-gehalte hebben, lijden niet aan prostaatkanker. Zij brengen ook vaak kankers aan het licht die de gezondheid van de man niet in gevaar brengen. Dat kan leiden tot grote ongerustheid bij de man en onnodige onderzoeken en behandelingen. Omgekeerd hebben sommige mannen met prostaatkanker geen hoger PSA-gehalte in het bloed, waardoor de test onterecht de indruk kan geven dat er niets aan de hand is. Bovendien is tot nu toe niet aangetoond dat een systematische opsporing van prostaatkanker het aantal sterfgevallen zou doen verminderen.

Volgens de Belgian Association of Urology (BAU) is een PSA-bepaling of een rectaal onderzoek slechts in bepaalde gevallen verantwoord en moeten de voor- en nadelen in detail met de patiënt besproken worden.

De BAU adviseert artsen om hun mannelijke patiënten vanaf de leeftijd van 50 jaar informatie te verschaffen over het risico op prostaatkanker en over de voor- en nadelen van vroegtijdige opsporing.

  • Mannen van 40 jaar moeten geinformeerd worden indien zij een broer, vader of oom langs vaderskant hebben die behandeld werd voor prostaatkanker, indien een overlijden veroorzaakt werd door prostaatkanker bij één of twee van die verwanten of indien de patiënt andere risicofactoren vertoont.

  • Indien bij een of meerdere verwanten in de eerste graad (vader of broer) een prostaatkanker werd vastgesteld, dan is het aan te raden om een PSA controle op te starten vanaf de leeftijd van 40-45 jaar, ook als er geen klachten zijn. Ze moeten alleszins geinformeerd worden over het risico op prostaatkanker en over de voor- en nadelen van vroegtijdige opsporing.

  • Alle mannen met urologische klachten (moeilijkheden om te plassen of om te starten met plassen, pijn tijdens het plassen, zwakke urinestraal en nadruppelen, onderbroken urinestraal, het gevoel niet "leeggeplast" te hebben, regelmatig ’s nachts moeten opstaan om te urineren, bloed in uw urine, pijn onderaan in het bekken...) of mannen waarbij een prostaatkanker kan vermoed worden (botpijn, vermoeidheid, bloedarmoede) moeten een PSA test en een rectaal onderzoek te ondergaan, ongeacht hun leeftijd, om prostaatkanker uit te sluiten, en zeker in die gevallen waar de ontdekking van een prostaatkanker de voorgestelde behandeling voor hun klachten kan wijzigen.


Bron: BAU

Onze Klinieken


Andros Nieuwsbrief
 

Andros Erectietest

Wilt u snel en discreet testen of u wellicht last heeft van erectieproblemen? Doe dan de ANDROS Erectietest.

Klik hier